ECLI:NL:GHSHE:2018:2757
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging en hulpverleningsweigering
In deze zaak is de minderjarige onder toezicht gesteld door de rechtbank vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en de noodzaak van hulpverlening. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en betwist de noodzaak van ondertoezichtstelling, stellende dat er geen acute bedreiging is en dat de opvoedingsomgeving stabiel is.
Tijdens de zitting heeft het hof de standpunten van de moeder, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) gehoord. De moeder ontkent de ernst van de situatie en wijst op positieve ontwikkelingen, terwijl de raad en GI ernstige zorgen uiten over het gedrag van de minderjarige en het gebrek aan medewerking van de moeder aan de hulpverlening.
Het hof overweegt dat de moeder zich aan de hulpverlening onttrekt, zich niet aan het veiligheidsplan houdt en dat er onvoldoende zicht is op de opvoedvaardigheden en de ontwikkeling van de minderjarige. De aanwezigheid van hechtingsproblematiek en grenzeloos gedrag bij de minderjarige onderstrepen de noodzaak van de ondertoezichtstelling.
Gelet op deze omstandigheden en de wettelijke criteria uit artikel 1:255 BW Pro, bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot schorsing en andere vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en het niet naleven van hulpverlening door de moeder.