Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden en de rechtbank Limburg had het gezag over de minderjarige aan de vader toegekend, met de hoofdverblijfplaats bij hem. De moeder, woonachtig in Turkije, verzocht in hoger beroep om gezamenlijk gezag en een vakantieregeling waarbij de minderjarige drie weken bij haar in Turkije zou verblijven.
Het hof nam kennis van de standpunten van partijen en de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder erkende weinig zicht te hebben op het leven van de minderjarige, maar wilde toch gezamenlijk gezag. De vader stelde dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is vanwege de voorgeschiedenis, waaronder een eerdere ontvoering door de moeder en het langdurige verblijf in Turkije.
De raad bracht naar voren dat het kind veel heeft meegemaakt en dat rust en contactherstel prioriteit hebben. Een vakantie naar Turkije achtte de raad niet passend. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende op de hoogte is van de situatie van het kind om beslissingen te nemen en dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is. Ook wees het hof de vakantieregeling af en zag geen noodzaak voor een raadsonderzoek.
De beschikking van de rechtbank Limburg werd bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst het verzoek van de moeder tot gezamenlijk gezag en vakantieregeling af.