Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/278409/HA ZA 14-366)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met eiswijziging en producties;
- de memorie van antwoord;
- de bij H-formulier van 2 augustus 2017 door mr. Brouwers toegezonden producties 10 tot en met 13;
- de bij brief van 16 augustus 2017 door mr. Brouwers toegezonden productie 14 en 15;
- de akte houdende productie van 31 augustus 2017 van mr. Teuben (productie 21);
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en waarbij mr. Brouwers voornoemde producties 10 tot en met 15 in het geding heeft gebracht en mr. Teuben de akte houdende productie (productie 21).
3.De beoordeling
“In de koopovereenkomst betreffende [kantoorpand] wordt een verband gelegd tussen de gerealiseerde huurprijzen en de hoogte van de koopsom en heeft [geïntimeerde] ten aanzien van de huur van het gebouw enkele garanties afgegeven. In het aangehaalde artikel 19.2 is vastgelegd dat de huurovereenkomsten de gebruikelijke clausules zullen bevatten. Het was voor [investments] dan ook van groot belang dat zij kon beschikken over de volledige informatie betreffende de huurovereenkomsten. Aan de hand van deze informatie kon zij de berekening door [geïntimeerde] van de koopprijs controleren en nagaan of [geïntimeerde] haar garantieverplichtingen nakwam. Door [investments] niet in kennis te stellen van het bestaan en de inhoud van de sideletters heeft [geïntimeerde] aan [investments] deze cruciale informatie onthouden en heeft zij de op haar rustende, en in artikel 19.2 uitdrukkelijk vastgelegde, informatieverplichting in de kern geschonden. Naar het oordeel van het hof is reeds om die reden, los van de vraag of [investments] uiteindelijk schade heeft geleden, sprake van een ernstige tekortkoming van [geïntimeerde] .”
€ 3.892,00
€ 452,00in reconventie
€ 5.213,00