ECLI:NL:GHSHE:2018:2381
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
Het hof behandelt het hoger beroep van de ouders tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die hun minderjarige dochter onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de duur van één jaar.
De ouders betwisten de ondertoezichtstelling en voeren aan dat zij in het verleden wel fouten maakten maar steeds samenwerkten met hulpinstanties. Zij willen een herhaling van uithuisplaatsing voorkomen en stellen dat hulpverlening ook vrijwillig kan worden ingezet. De moeder ontkent dat zij zelf melding deed van seksueel misbruik door de vader, wat volgens hen verkeerd is begrepen.
De gecertificeerde instelling en de raad benadrukken de ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, waaronder gedragsproblemen, taalachterstand en conflicten binnen het gezin. De ouders vertonen onvoldoende zelfinzicht en medewerking in het vrijwillige kader, mede door communicatieproblemen.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Er is voldoende aannemelijk dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de ouders onvoldoende hulp accepteren. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om blijvende hulpverlening te waarborgen en een regiehouder aan te stellen.
De ondertoezichtstelling voor twaalf maanden wordt bekrachtigd, waarbij het hof verwacht dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kunnen dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor twaalf maanden wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.