Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen (
- medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden (
- poging tot diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels en het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen (
€ 1.918,18 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
- primair, gelet op de verzochte vrijspraken, bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering;
- subsidiair bepleit dat het hof zal beslissen conform de beslissing van de rechtbank;
- meer subsidiair verzocht om het aandeel van verdachte in de te vergoeden schade afzonderlijk vast te stellen en het (eventueel) toe te wijzen gedeelte van de vordering niet hoofdelijk op te leggen.
hij op of omstreeks 25 februari 2017 te Best tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel en/of een (schouder)tas, inhoudende onder meer een of meer gsm-telefoon(s) en/of een of meer huissleutels en/of een portemonnee (inhoudende onder meer een hoeveelheid geld en/of een bankpas), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met kracht in haar buikstreek en/of tegen haar hoofd en/of tegen haar benen, in elk geval tegen haar lichaam, heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of geduwd en/of aan die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat zij stil moest blijven liggen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;
hij op of omstreeks 25 februari 2017 te Best tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] (in parkeergarage DippieDoe aldaar) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen, voornoemde [slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk vast te pakken en/of vast te grijpen en/of (vervolgens) haar enkels, althans haar benen, aan elkaar vast te tapen, in elk geval vast te binden, en/of haar mond dicht te tapen en/of haar polsen, althans haar armen, aan elkaar vast te tapen, in elk geval vast te binden en/of bij haar, [slachtoffer] , te blijven staan en/of te verhinderen dat zij zich zou bewegen, althans haar weg zou vervolgen;
hij op of omstreeks 25 februari 2017 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning aan de [woonadres slachtoffer] aldaar, geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel (zijnde de (zojuist) wederrechtelijk toegeëigende huissleutel), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op 25 februari 2017 te Best tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een schoudertas, inhoudende onder meer een gsm-telefoon en huissleutels en een portemonnee (inhoudende onder meer een hoeveelheid geld en een bankpas), toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen genoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders die [slachtoffer] meermalen met kracht in haar buikstreek en tegen haar hoofd en tegen haar been hebben getrapt en geschopt en geslagen;
hij op 25 februari 2017 te Best tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] (in parkeergarage DippieDoe aldaar) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die anderen voornoemde [slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk vast te pakken en vast te grijpen en vervolgens haar enkels aan elkaar vast te tapen en haar mond dicht te tapen en haar polsen aan elkaar vast te tapen en bij haar, [slachtoffer] , te blijven staan en te verhinderen dat zij zich zou bewegen, althans haar weg zou vervolgen.
het hof begrijpt telkens: medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]) was uitgelegd wat de bedoeling was, namelijk dat zij een mevrouw naar een parkeergarage zouden lokken en haar geld afhandig zouden maken en/of naar haar woning zouden gaan. Verdachte zou de chauffeur zijn en hij moest het slachtoffer lokken. Van tevoren is hij volgens zijn verklaring met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gaan kijken bij de afgelegen plek waar het plaats zou moeten vinden. Er is toen gezegd waar verdachte moest gaan staan. Hij moest bij een rotonde gaan staan, zodat het slachtoffer naast hem moest komen staan. Verdachte kon dan zeggen dat zij achter hem aan moest rijden naar de afgelegen plek. Verdachte moest ervoor zorgen dat zij in wilde stappen en de anderen zouden het dan overnemen. Verdachte heeft zijn taak naar eigen zeggen uitgevoerd. Toen [slachtoffer] in wilde stappen, drukte verdachte – volgens afspraak – op de knop die ervoor zorgt dat alle deuren werden afgesloten. Verdachte hoorde toen een knal alsof er iemand tegen de auto viel. Verdachte voelde de auto even heen en weer bewegen. Zij (
het hof begrijpt: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]) zouden de sleutels (
het hof begrijpt: van [slachtoffer]) afnemen en dan zouden ze naar het huis gaan van het slachtoffer. [medeverdachte 2] kwam naar verdachte toe en zei dat hij de sleutels had. Verdachte is toen naar eigen zeggen uit de auto van [medeverdachte 1] gestapt en is vervolgens met [medeverdachte 2] naar de woning van het slachtoffer gegaan om geld weg te nemen. Er zou een geldbedrag van tussen de € 10.000 en € 20.000 liggen, welk geldbedrag onder de drie verdachten zou worden verdeeld. Aldaar moesten zij eerst de goede sleutel zoeken, wat wel twee minuten duurde. [medeverdachte 2] riep dat het foute boel was. Daarna zijn ze weggegaan. [medeverdachte 2] belde [medeverdachte 1] op en zei dat hij daar weg moest gaan, omdat het foute boel was en er iemand thuis was. Op enig moment hebben ze afgesproken onder een viaduct en aldaar zijn de tas en sleutels van het slachtoffer weggegooid. Verdachte was teleurgesteld dat er geen geld was verdiend, hij had graag zijn schulden willen afbetalen. Tot slot heeft verdachte verklaard dat met zijn telefoon contact is gelegd met het slachtoffer en [medeverdachte 1] . [2]
het hof begrijpt telkens: [medeverdachte 1]) naar de parkeergarage (
het hof begrijpt: DippieDoe) gereden. Vervolgens zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] uit de auto gegaan en zij hebben zich verstopt achter blokken. Verdachte is vervolgens naar de afgesproken plek gereden en heeft [slachtoffer] daar opgewacht. [slachtoffer] is vervolgens achter verdachte de parkeergarage ingereden en zij hebben hun auto’s geparkeerd. Vervolgens is [slachtoffer] overmeesterd. De sleutels zijn uit de tas van [slachtoffer] gepakt. De auto van [medeverdachte 2] stond bij de Mc Donald’s Best, vlakbij Dippiedoe, geparkeerd. Vervolgens is [medeverdachte 2] met verdachte in de auto van voornoemde [medeverdachte 2] naar het huis van [slachtoffer] gegaan. Zij hebben daar de auto geparkeerd. Zij hebben even bekeken welke sleutel van de sleutelbos ze moesten hebben. Er bleek echter iemand aanwezig in de woning, waarna ze zijn weggerend. Vervolgens zijn ze weggereden en is [medeverdachte 1] gebeld en aan hem is verteld dat hij weg moest gaan uit de parkeergarage. Zij hebben op een later moment op een plek afgesproken en daar onder een viaduct de tas en sleutels weggegooid. [3]
het hof begrijpt telkens: verdachte) met de auto van [medeverdachte 1] naar de afgesproken plek zou rijden. Die auto zou voorrijden en [slachtoffer] zou meerijden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zouden te voet op een afgesproken plek staan in de garage en persoon A zou met de auto van [medeverdachte 1] naar die afgesproken plek rijden. Als [slachtoffer] uit de auto zou komen, zouden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] haar overmeesteren. [medeverdachte 1] zag dat [slachtoffer] de auto parkeerde achter persoon A en dat ze uitstapte en richting de bijrijderskant liep. [slachtoffer] werd vastgepakt, toegetakeld en getaped. Zoals van tevoren afgesproken, bleef [medeverdachte 1] bij het slachtoffer achter en gingen persoon A en [medeverdachte 2] met de auto van [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer] om haar geld te zoeken en weg te nemen. Op enig moment kreeg [medeverdachte 1] een telefoontje en is daarop uit de parkeergarage vertrokken. met de mededeling dat er iemand binnen in de woning was, dat ze het huis niet meer binnengingen en dat hij ook moest vertrekken. [medeverdachte 1] is daarop uit de parkeergarage vertrokken. De tas van [slachtoffer] is weggegooid nabij een viaduct. [4]
de voortgezette handeling van
€ 5.918,18, bestaande uit € 1.918,18 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is in het overige gedeelte van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard en de gevorderde materiële schade is voor het overige afgewezen.
(€ 1.240,25 + € 161,65 + € 130,68 + € 150,00 + € 62,00 + € 18,72 + € 80,00 =) € 1.843,30, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
€ 5.843,30 (vijfduizend achthonderddrieënveertig euro en dertig cent) bestaande uit € 1.843,30 (duizend achthonderddrieënveertig euro en dertig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 74,88 (vierenzeventig euro en achtentachtig cent).
€ 229,95 (tweehonderdnegenentwintig euro en vijfennegentig cent) aan materiële schadeaf.
€ 5.843,30 (vijfduizend achthonderddrieënveertig euro en dertig cent) bestaande uit € 1.843,30 (duizend achthonderddrieënveertig euro en dertig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
64 (vierenzestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.