Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Van Beers;
- de mentor.
- de brief van de mentor d.d. 23 augustus 2017;
- de ter zitting van het hof door mr. Van Beers overgelegde beschikking van de rechtbank Breda van 14 september 2009 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind;
- de ter zitting van het hof door mr. Van Beers overgelegde beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Kanton Bergen op Zoom, van 28 september 2015 tot wijziging van een curatele in een beschermingsbewind en mentorschap.
3.De beoordeling
hof acht het op grond vande overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep voldoende aannemelijk dat inmiddels voornoemde grond voor het meerderjarigenbewind is komen te vervallen waardoor de noodzaak voor het meerderjarigenbewind niet langer meer bestaat. Het hof overweegt daartoe als volgt.
4.De beslissing
,het meerderjarigenbewind over de goederen van
[appellant],geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] (Kongo Kinshasa), wonende aan de [adres] , te ( [postcode] ) [woonplaats] ;
,het mentorschap van
[appellant],geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] (Kongo Kinshasa), wonende aan de [adres] , te ( [postcode] ) [woonplaats] ;