Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 8 maart 2016 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 april 2016;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met productie;
- de akte van [geïntimeerde] met twee producties;
- de antwoordakte van [appellant] .
6.De beoordeling
Deze duif is door [geïntimeerde] aangekocht en betaald voor 12.000 Euro, afspraak was dat dhr. [appellant] en dhr [geïntimeerde] de duif ieder voor 50% zouden aankopen, in deze deal was tevens meegenomen de duivin van [derde 1] (..)
[voornaam]”, [appellant] dus volgens [geïntimeerde] , had meegeboden (prod. 6 inl. dagv.). Daaruit blijkt dat [appellant] toen erkende geen (mede-)eigenaar van [duif 1] te zijn.
[voornaam]” is.
in principaal hoger beroepbestrijdt [appellant] dit oordeel. Hij wijst erop dat het verslag door [geïntimeerde] is opgesteld. “Uit de deal stappen” betekent dat de deal is tot stand gekomen en aan het woord “zouden” moet niet teveel waarde gehecht worden. [appellant] heeft verder duidelijk gesteld dat hij – via verrekening – zijn deel van de koopprijs aan [geïntimeerde] heeft voldaan. Nu [appellant] mede-eigenaar was van [duif 1] , heeft [geïntimeerde] onrechtmatig jegens hem gehandeld door de duif te verkopen. De schade van [appellant] is te bepalen op het deel van de doorverkoopprijs, waarop [appellant] recht had, te weten
Beide heren dragen voor de helft bij in de aanschafprijs en worden voor de helft eigenaar”. [appellant] en [geïntimeerde] hadden deze afspraak - gegeven het feit dat [geïntimeerde] de duif alleen kocht en de duif kennelijk alleen aan hem werd geleverd - moeten effectueren doordat [geïntimeerde] vervolgens de onverdeelde helft van de eigendom van de duif aan [appellant] zou overdragen (en dus leveren). Dat is niet gebeurd. Eenmaal eigenaar geworden van de duif, is [geïntimeerde] dat gebleven. Gesteld noch gebleken is van een latere overdracht aan [appellant] . [appellant] werd houder voor [geïntimeerde] toen [duif 1] bij hem op het hok kwam.
Het is in strijd met de wet, alsmede met de gebruikelijke gang van zaken, wanneer nakomelingen iemand anders zouden toebehoren dan de eigenaar van [duif 1].” Hiermee miskent [geïntimeerde] wederom de biologische wetmatigheid dat nakomelingen (van duiven) worden geboren uit (eieren gelegd door) een vrouwtje(sduif).
in incidenteel hoger beroepkomt [geïntimeerde] hiertegen op. Hij wijst erop dat [appellant] zich ten onrechte op een opschortingsrecht heeft beroepen en dat hij daarom schadeplichtig is jegens [geïntimeerde] . Letterlijk formuleert [geïntimeerde] het als volgt: “
heeft in eerste aanleg een redelijk bedrag gevorderd aan schade, bestaande uit het aantal van 40 nakomelingen a 750,-- per stuk, ofwel € 30.000,--.” Omdat [geïntimeerde] evenwel geen vermindering van eis heeft genomen, maar daarentegen vordert dat zijn in eerste aanleg ingestelde vorderingen alsnog worden toegewezen, gaat het hof ervan uit dat hij - net als in eerste aanleg - alternatief nog steeds de afgifte van de veertig nakomelingen vordert én daarnaast nog steeds € 5000,00 ter zake waardedaling van [duif 2] . Gelezen zijn reactie lijkt [appellant] dit ook zo begrepen te hebben.
Gevolg gevend aan uw verzoek om een waardebepaling van de duif (..) per medio 2011 bericht ik u als volgt. Zoals uit bijgaande documenten blijkt gaat het om een uitzonderlijke prestatieduif die (..). Met deze resultaten werd deze doffer (..) De duif beschikt eveneens over een degelijke afstamming. (..)
circa anderhalf jaar”, zonder dit nader te preciseren, en [appellant] heeft het over “
enige tijd”. Ondanks dat de kantonrechter in zijn eindvonnis reeds constateerde dat niet is gesteld waarom [duif 2] bij [appellant] op het hok zat, is dit ook in hoger beroep niet duidelijk geworden.
[duif 2] (..) (zit nu op het hok van [appellant] ) Uitgeleend door [geïntimeerde] aan [appellant] , binnen 1 week deze duif retour.” [appellant] heeft in dit verband gesteld: “
In het kader van [duif 1] heeft [appellant] na enige tijd zich op het hem toekomende opschortingsrecht beroepen” (mva inc app nr 60). Ook deze stelling roept meer vragen op dan zij beantwoordt.
in principaal hoger beroep. De toelichting daarvan komt erop neer dat [appellant] stelt dat tussen hem en [geïntimeerde] een overeenkomst van opdracht is gesloten, waarbij [geïntimeerde] – twee maal – in opdracht en voor rekening van [appellant] duiven heeft verkocht in China. [geïntimeerde] moet de door hem ontvangen gelden aan [appellant] afdragen, minus de overeengekomen 30% provisie, aldus [appellant] . De eerste tranche door [geïntimeerde] verkochte duiven van [appellant] is door [appellant] in beginsel financieel afgewikkeld met [geïntimeerde] (zij het dat partijen over het bedrag dat [appellant] moest ontvangen nog van mening verschillen, omdat [geïntimeerde] stelt dat aan hem ook fotokosten toekomen, waarover hierna meer).
in incidenteel hoger beroepziet deels ook op deze kwestie.
De afgesproken commissie voor de heer [geïntimeerde] bedraagt 30% van de veilingopbrengst”.
Bij de contacten tussen [geïntimeerde] en [appellant] ben ik verschillende keren bij geweest. U vraagt mij wat er tussen beide heren is besproken en afgesproken. [geïntimeerde] ging de duiven van [appellant] verkopen. [geïntimeerde] heeft daarbij niet aangegeven dat hij namens iemand anders handelde. (..) Er is een zeker percentage afgesproken (..) U vraagt mij naar de tweede veiling. Daar zijn geen andere afspraken over gemaakt (..)”.
door zijn toedoen” zijn geveild en dat hij in die periode werkzaam was voor de website [veilinghuis] . “
Als u mij vraagt of ik dat ook tegen [appellant] heb gezegd dan is dat niet expliciet gedaan.”. Verder verklaarde hij zelf contact te hebben gehad met [appellant] . “
Met hem is toen afgesproken 30% provisie minus de kosten. Die 30% zouden bij [veilinghuis] blijven, dat heb ik zo niet tegen [appellant] verteld. Ik kan me niet herinneren dat ik gezegd heb tegen [appellant] dat ik namens iemand anders handelde, ik heb wel de naam van de website [veilinghuis] genoemd. (..)”
heeft nooit tegen mij gezegd dat hij namens iemand anders handelde.”
de gebruikelijke verkoopcondities”). Tussen partijen bestaat onenigheid over de vraag of [appellant] naast provisie van 30% ook nog fotokosten aan [geïntimeerde] moest voldoen.
Hallo [geïntimeerde] , Hierbij de duiven [appellant] voor China”, prod. 5 cva) waarin maar 45 duiven worden genoemd, maar kennelijk is dit aantal naderhand weer veranderd). Tegenover de gemotiveerde betwisting van [geïntimeerde] van het aantal van 62 duiven, heeft [appellant] onvoldoende gesteld, om tot bewijslevering te worden toegelaten. Het hof zal in het vervolg uitgaan van 55 duiven bij de tweede tranche.
refund list” zagen op de eerste tranche. Er was sprake van “
no furterlize” (3x) “
no egg” (1x) en “
died shipment” (1x). [geïntimeerde] stelt dat hij de aan de kopers geretourneerde koopprijs (minus de provisie) van de 4 niet-goede duiven in mindering mag brengen op het bedrag van de tweede tranche dat hij aan [appellant] moet betalen.
no ship”), twee duiven hadden geen eigendomsbewijzen (“
no ownership card”) maar zijn wel verkocht, en 25 duiven hadden geen stamboom (“
no pedigree”), en zijn niet verkocht. In totaal zijn 27 duiven verkocht, zo stelt [geïntimeerde] in hoger beroep. De “probleemduiven” zijn niet verkocht, zodat daarvan geen opbrengst is af te dragen. Integendeel, aldus [geïntimeerde] , de 25 duiven zonder stamboom zijn een kostenpost, want ze zijn in China gehuisvest en per duif is dat € 20,00 per maand. Dat de duiven, die niet verkocht zijn, hokken bezetten levert nog weer een schadepost op van € 100,00 per duif per maand. [geïntimeerde] heeft ter zake in reconventie een vordering ingesteld, die is afgewezen.
in incidenteel hoger beroep.Hij stelt dat de aanbieder ( [appellant] ) dat zelf moet verzorgen. In het licht van het oordeel van de kantonrechter en het hof dat [geïntimeerde] in opdracht van [appellant] de duiven in China verkocht, is dit een onvoldoende onderbouwing van dit deel van de grief. Door [geïntimeerde] is nu juist zelf gesteld dat de problemen met de 25 onverkochte duiven zijn veroorzaakt door het niet controleren van de aanwezigheid van de juiste documenten toen de duiven werden opgehaald. Dat is juist. De vordering van [geïntimeerde] zake is terecht afgewezen door de kantonrechter. Daar komt overigens nog bij dat de vorderingen (die [geïntimeerde] overigens op eigen naam instelt) ter zake kostgeld en inkomstenderving ook op geen enkele wijze zijn onderbouwd.
6.De uitspraak
[appellant]toe te bewijzen dat [geïntimeerde] de duiven van de tweede tranche in China heeft verkocht voor het bedrag van € 21.050,00;
[geïntimeerde]toe te bewijzen dat de overeenkomst inhield dat [appellant] , naast 30% commissie, ook fotokosten (voor beide tranches) en vervoerkosten (voor de tweede tranche) moest betalen;
[geïntimeerde]toe te bewijzen dat er gebreken kleefde aan de 5 duiven van de eerste tranche, als omschreven in de refund list;
[geïntimeerde]toe te bewijzen dat hij aan de kopers van de 4 gebrekkige duiven uit de refund list de koopprijs heeft geretourneerd;