De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor gewoontewitwassen, waarbij zij samen met haar partner geld afkomstig uit misdrijven zou hebben omgezet in onder meer vakantiereizen. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en komt tot een andere bewezenverklaring. Het hof verklaart een deel van de tenlastelegging nietig wegens onvoldoende concreetheid en onduidelijkheid.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode 2007-2013 samen met haar partner contant geld heeft omgezet in vakantiereizen, terwijl zij wist dat dit geld uit misdrijf afkomstig was. De economische eenheid tussen verdachte en haar partner is vastgesteld aan de hand van gezamenlijke belastingaangiften en gezamenlijke uitgaven. De verdachte had wetenschap van de criminele herkomst van de gelden en handelde medepleger.
De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen van uitgaven voor huishouden, luxe goederen en verjaardagsfeesten wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid en wetenschap. Het hof oordeelt dat het enkele omzetten van geld in vakantiereizen onvoldoende is voor gewoontewitwassen. De straf wordt vastgesteld op een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, met inachtneming van overschrijding van de redelijke termijn in de appelfase.