Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 april 2017;
- een formulier H12 d.d. 18 september 2017, waarbij [geïntimeerde] twee producties in het geding heeft gebracht;
- het proces-verbaal van de enquête van 4 oktober 2017;
- het proces-verbaal van de contra-enquête van 8 januari 2018;
- de memorie na enquête van [geïntimeerde] d.d. 20 februari 2018;
- de memorie na enquête en contra-enquête van [appellant] d.d. 20 maart 2018 met twee producties.
6.De verdere beoordeling
Kamerstukken II1951/52, 881, nr. 6, p. 30) te verschaffen die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de wederpartij. Daarmee strookt dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft op grond van alle omstandigheden de hoogte van de vergoeding te bepalen, zoals ook duidelijk wordt uit de wetsgeschiedenis. Art. 6:97 BW Pro geeft als algemene regel dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest in overeenstemming daarmee is, en laat de rechter de vrijheid de omvang van de schade te schatten als deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld.