ECLI:NL:GHSHE:2018:1972
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor het voorhanden hebben van een creditcardmesje als verboden wapen
De verdachte werd verdacht van het voorhanden hebben van een zogenaamd creditcardmes, een mesje dat volgens de tenlastelegging onder categorie I, onder 4, van de Wet wapens en munitie (Wwm) valt. Het hof heeft het bewijs en de kenmerken van het mesje onderzocht, waaronder foto's die door de verdediging zijn getoond.
Uit het onderzoek blijkt dat het mesje een opvouwbaar mes is met één snijkant en een lemmet dat niet langer is dan 28 cm in opengevouwen toestand. Het mesje heeft kenmerken die doen denken aan een opvouwbaar mes en niet aan een verborgen wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp, zoals een creditcard. Het lemmet is zichtbaar en het mesje is dikker dan een pasje, waardoor het niet voldoet aan de criteria van een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp.
Het hof concludeert dat het mesje niet als een verboden wapen in de zin van de Wwm kan worden aangemerkt en spreekt de verdachte daarom vrij. Het feit dat het mesje niet mee mag in het passagiersgedeelte van een vliegtuig is niet beslissend voor de strafbaarheid onder de Wwm.
Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een verboden creditcardmesje.