ECLI:NL:GHSHE:2018:1935
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar gedrag zonder recht op transitievergoeding
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het ontslag op staande voet van appellant door de vennootschap. Het hof beoordeelde de bewijslevering over het verrichten van vloerenonderhoud en het gesprek over privégebruik van een auto, waarbij appellant een laatste waarschuwing kreeg met de mededeling dat ontslag op staande voet de sanctie zou zijn.
Getuigenverklaringen van medewerkers van de vennootschap werden als betrouwbaar beoordeeld ondanks bezwaren van appellant over mogelijke belangenverstrengeling en tegenstrijdigheden. Het hof oordeelde dat de verklaringen voldoende bewezen dat appellant op de hoogte was van de waarschuwing en dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was.
Het hof verwierp het verzoek van appellant tot herstel van de arbeidsovereenkomst en tot toekenning van een transitievergoeding, omdat het ontslag kwalificeerde als ernstig verwijtbaar gedrag volgens artikel 7:673 lid 7 BW Pro. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en het incident.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en alle verzoeken van appellant worden afgewezen.