Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
- bepaald dat het hoofdverblijf van de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] bij de vader zal zijn;
- de beschikking van de rechtbank Maastricht van 8 november 2011 gewijzigd in die zin dat de vader met ingang van 9 maart 2017 geen onderhoudsbijdrage ten behoeve van [minderjarige] verschuldigd is;
- de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. C.A. Offermans;
- de vader, bijgestaan door mr. J.G.M. Daemen;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] ;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .