Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2018:1635

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 april 2018
Publicatiedatum
18 april 2018
Zaaknummer
20-001832-16 OWV
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis afwijzing ontnemingsvordering wegens hennepteelt

In deze strafzaak stond de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, voortvloeiend uit vermeende hennepteelt en diefstal gepleegd in juni 2010. De veroordeelde was eerder door het hof veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennep en diefstal, maar vrijgesproken van het medeplegen van het telen van hennep.

De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering door de rechtbank, waarbij hij een bedrag van €104.516,80 aan wederrechtelijk verkregen voordeel stelde en een betaling van €94.000,- aan de staat vorderde. De verdediging verzocht primair om afwijzing en subsidiair om matiging van de vordering.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, maar met een andere motivering. Omdat de veroordeelde in hoger beroep was vrijgesproken van het medeplegen van het telen van hennep, kon de ontnemingsvordering die betrekking had op voordeel uit hennepteelt niet worden toegewezen. Daarmee werd de vordering afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 18 april 2018, waarbij het arrest werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Een van de raadsheren was op het moment van ondertekening buiten staat.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst de ontnemingsvordering af wegens vrijspraak van medeplegen telen van hennep.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001832-16 OWV
Uitspraak : 18 april 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 3 april 2015 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-850028-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te Nijmegen op [geboortedag] 1962,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de veroordeelde naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op € 104.516,80 en de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van € 94.000,-.
De verdediging heeft primair afwijzing van de ontnemingsvordering, subsidiair matiging van de ontnemingsvordering bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden bevestigd, zij het met een andere motivering..
De beoordeling
De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 1 augustus 2017 onder parketnummer
20-001242-15 tot straf veroordeeld ter zake van – kort gezegd – ‘het medeplegen van het aanwezig hebben van hennep’ alsmede het ‘medeplegen van diefstal’, beide gepleegd in de maand juni 2010. De veroordeelde is bij dat arrest in hoger beroep vrijgesproken van het medeplegen van het telen van hennep (artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet). Op die grond moet de vordering tot ontneming van door veroordeelde behaald wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Aldus gewezen door:
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. M.E.F.H. van Erve en mr. T.A. de Roos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D.M.M. Kortis, griffier,
en op 18 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken,
zijnde mr. T.A. de Roos buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.