Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- de heer [de vader] (hierna te noemen: de vader);
- de gecertificeerde instelling Stichting Intervence (hierna te noemen: de GI);
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. A.N.E. Duerink-Bottinga, waarnemend voor mr. Van den Branden;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] ;
- namens de vader, mr. C.J. de Wit;
- de GI, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de GI] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 23 oktober 2017;
- het V-formulier met productie 17 van de advocaat van de moeder d.d. 3 januari 2018;
- de brief van de raad d.d. 26 januari 2018;
- het V-formulier met productie 18 van de advocaat van de moeder d.d. 15 februari 2018;
- het V-formulier d.d. 1 maart 2018 met brief van mr. Duerink-Bottinga dat zij de moeder ter zitting van het hof zal bijstaan als waarnemer voor mr. Van den Branden;
- de brief van de GI d.d. 2 maart 2018 met bijgevoegd de gezinsrapportage van 20 februari 2018.
3.De feiten
- hem vervangende toestemming te verlenen [de minderjarige] te erkennen;
- hem gezamenlijk met de moeder te belasten met het gezag over [de minderjarige] ;
- te bepalen dat er omgang zal zijn tussen hem en [de minderjarige] om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur, alsmede gedurende onder meer de helft van de vakanties.
- de vader vervangende toestemming verleend tot erkenning van [de minderjarige] ;
- afgewezen het verzoek van de vader tot het verkrijgen van gezamenlijk gezag over [de minderjarige] ;
- de beslissing omtrent de omgangsregeling aangehouden.