Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3882811 \ CV EXPL 15-1679)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- primair: nakoming van een overeenkomst van geldlening op grond waarvan hij de vrouw € 7.438,61 heeft geleend en aan hem te betalen een hoofdsom van € 3.169,19 alsmede € 40,-- aan buitengerechtelijke kosten en de contractuele rente tot en met 1 maart 2015 (€ 173,77) en ten slotte betaling van de proceskosten;
- subsidiair: nakoming van de overeenkomst van geldlening op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen wijze en tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 40,-- alsmede de wettelijke rente en proceskosten.
manbetoogt met zijn eerste grief dat zijn vordering ten onrechte is afgewezen en dat de kantonrechter in het eindvonnis ten onrechte heeft geoordeeld dat:
- onvoldoende zekerheid is verkregen over de authenticiteit van de handtekening onder de overeenkomst van geldlening;
- niet is komen vast te staan dat die handtekening van de vrouw is;
- de overige door partijen overgelegde producties niet tot het oordeel kunnen leiden dat tussen partijen een overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen tot een hoogte die hoger is dan de reeds door de vrouw terugbetaalde bedragen.
vrouwbetwist dat sprake is van een overeenkomst van geldlening van € 7.438,61 die in maandelijkse termijnen van € 300,-- zou moeten worden terugbetaald. De vrouw voert hiertoe het volgende aan.
kantonrechterheeft in zijn vonnis van 17 december 2015 overwogen:
waarschijnlijkerwanneer hypothese H1 (de betwiste handtekening is een authentieke handtekening van gedaagde (de vrouw, hof)) waar is, dan wanneer de hypothese H2 (de handtekening is het product van nabootsing) waar is.””
hofoverweegt als volgt.
- de lening bij de Nederlandse Voorschotbank;
- de aflossing van schulden van de vrouw door de man;
- de e-mailcorrespondentie van partijen;
- de aflossingen door de vrouw aan de man.
waarschijnlijkerwanneer de hypothese H1 (de betwiste handtekening is een authentieke handtekening van gedaagde [de vrouw – hof] waar is, dan wanneer de hypothese H2 (de handtekening is het product van nabootsing) waar is.”
- kosten kinderopvang op 23 januari 2012 € 472,21;
- CJIB (betalingen op 24 januari 2012 € 446,85, op 24 februari 2012 € 154,48, op 24 februari 2012 € 154,48 en op 23 maart 2012 € 154,48);
- Zorginstituut NL op 23 januari 2012 € 1.144,04.
“Gisteren 75 euro verdiend
een nieuwe overeenkomst maken vd Lee overeenkomst[curs. hof]? Xx”
e-mailcorrespondentie afkomstig van de deurwaarder, op grond waarvan de juiste inhoud van het e-mailbericht kan worden vastgesteld, ontbreekt.