Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/332484 KG ZA 17-426)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte rectificatie, uitlating en overlegging producties van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
2 Begripsbepalingen
Annexbij het Protocol is onder “Aanleiding” opgenomen:
incident” in het Protocol een ruimere strekking heeft dan (hypotheek)fraude, niet strookt met zijn stellingen en ook overigens onjuist is. In zijn toelichting geeft [appellant] aan dat waar het om gaat is, dat in zijn visie het hebben (of exploiteren) van een hennepplantage in een woning niet onder het begrip ‘incident”, als gedefinieerd in het Protocol, valt. De toepasselijkheid van het Protocol wordt aldus ook door [appellant] tot uitgangspunt genomen.
bijvoorbeeld kunnen voorkomen(onderstr. hof) het falsificeren van nota’s, identiteitsfraude, skimming, verduistering in dienstbetrekking, phishing en opzettelijke misleiding.
3.5.5. Of vervolgens registratie gedurende de volle maximale termijn van acht jaar – als in het artikel 5.3.2. van het PIFI voorzien - proportioneel moet worden geacht in de gegeven omstandigheden heeft [appellant] niet aan de orde gesteld. Overigens is een discussie over de duur van de registratie in beginsel, zeker nu deze pas vorig jaar is ingegaan, niet spoedeisend van aard en laat zich dat aspect van de registratie het best in een bodemprocedure beantwoorden.