Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 6292564, rolnummer 17-8010)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord met vijf producties (genummerd 19 tot en met 23).
3.De beoordeling
- [Stichting Woonbedrijf] heeft met ingang van 12 augustus 2015 de woning aan de [adres] te [woonplaats] aan [appellant] verhuurd. Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van [Stichting Woonbedrijf] van toepassing.
- Vanwege de achtergrond van [appellant] heeft [Stichting Woonbedrijf] voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst afspraken met [appellant] gemaakt die zijn neergelegd in een door beide partijen ondertekende considerans bij de huurovereenkomst. In die considerans staat onder meer het volgende:
- Tijdens het bestaan van de huurovereenkomst zijn er verschillende incidenten geweest bij de woning. Daarbij zijn meerdere keren ruiten van de woning vernield.
- [appellant] is tijdens het bestaan van de huurovereenkomst herhaaldelijk in de woning aangehouden op verdenking van het plegen van strafbare feiten.
- [appellant] heeft tijdens het bestaan van de huurovereenkomst enkele periodes in voorlopige hechtenis gezeten, waaronder in de periode van 29 maart 2017 tot en met 3 augustus 2017.
- [appellant] heeft tijdens het bestaan van de huurovereenkomst enige tijd een derde gebruik laten maken van de woning.
- [appellant] heeft een huurachterstand van meerdere maanden laten ontstaan.
- [appellant] heeft op 21 april 2017 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor doorbetaling van de huur tijdens zijn op 29 maart 2017 ingegane detentie. Bij besluit van 27 juni 2017 is die aanvraag afgewezen door het college van B&W omdat als voorwaarde voor de bijzondere bijstand geld dat de periode van detentie niet langer mag zijn dan zes maanden en op dat moment de einddatum van de detentie nog niet bekend was.
- [appellant] heeft een bezwaarschrift ingediend tegen dit besluit. Bij besluit op bezwaar van 29 september 2017 heeft de gemeente het bezwaar gegrond verklaard omdat inmiddels de einddatum van de detentie bekend is, te weten 3 augustus 2017. Bij dit besluit is aan [appellant] een bijzondere bijstand (in de vorm van een lening) toegekend van € 1.078,12 over de periode van 29 maart 2017 tot en met 3 augustus 2017. In het besluit staat voorts onder meer het volgende:
- € 3.563,25, waarvan € 528,27 betrekking heeft op de glasschade en het restant ad € 3.034,98 op huurachterstand over de periode tot en met september 2017;
- € 505,83 per maand over de periode van 1 oktober 2017 tot aan de dag van de ontruiming;
- een aanzienlijke huurachterstand te laten ontstaan;
- gedurende langere tijd niet zijn hoofdverblijf te houden in het gehuurde;
- het veroorzaken van overlast voor omwonenden;
- het laten ontstaan van schade aan het gehuurde en het vervolgens niet betalen van die schade;
- de woning zonder toestemming onder te verhuren.
- [Stichting Woonbedrijf] heeft spoedeisend belang bij een beoordeling van haar vordering in kort geding (rov. 4.2);
- De huurachterstand is zo groot dat het hoogst aannemelijk is dat in verband daarmee de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure zal worden ontbonden. Een veroordeling van [appellant] tot ontruiming van de woning is daarom gerechtvaardigd, aangezien daardoor wordt voorkomen dat de huurachterstand verder oploopt (rov. 6.1 tot en met 6.4).
- De andere gestelde tekortkomingen vormen geen reden om nu al een veroordeling tot ontruiming uit te spreken. Alleen de huurachterstand is grond voor het uitspreken van de veroordeling tot ontruiming (rov. 7.1 tot en met 7.3).
- € 3.540,81 aan huurachterstand tot en met oktober 2017;
- € 505,83 per maand over de periode vanaf november 2017 tot aan de dag van de ontruiming;
- € 528,27 aan schadevergoeding.
- primair: een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst door [appellant] bij brief van 14 november 2017 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden als gevolg van de tekortkomingen van [appellant] en dat zij niet aansprakelijk is voor de gevolgen van de ontbinding;
- subsidiair: ontbinding van de huurovereenkomst wegens de tekortkomingen van [appellant] in de nakoming van de huurovereenkomst.