Uitspraak
5.De beschikking d.d. 7 juli 2016
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
inclusiefgedeclareerde onkosten en zo ja tot welk bedrag een vergoeding van onkosten in het bedrag van $ 208.308,-- is begrepen (zie rov. 3.7.6).
- 2012: ($ 208.308,48 - $ 68.910,-- =) $ 139.398,48, zijnde € 106.411,--;
- 2013: ($ 215.859,72 - $ 76.550,-- =) $ 139.309,72, zijnde € 103.962,--;
- 2014: ($ 218.895,24 - $ 158.484,-- =) $ 60.411,24, zijnde € 43.776,--.
8.De beslissing
P.P.M. van Reijsen en is op 2 maart 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. A.C. Kaemingk, griffier.