Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- voormelde beschikking te vernietigen en het ouderlijk gezag over de kinderen alsnog aan de moeder toe te kennen;
- verweerder te veroordelen in de kosten van beide instanties.
- de moeder, bijgestaan door mr. Dronkers;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] .
- de heer [de vader] (hierna te noemen: de vader);
- mevrouw [oma vaderszijde] , grootmoeder vaderszijde (hierna te noemen: oma).
- het raadsrapport van 31 oktober 2016;
- de brief van de GI d.d. 26 april 2017
- de brief van de GI d.d. 1 mei 2017;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 3 mei 2017;
- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 7 juni 2017;
- de ter zitting door de advocaat van de moeder overgelegde pleitnotitie.
3.De beoordeling
- [minderjarige 2] , op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 2] );
- [minderjarige 1] , op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ).
- de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor een periode van drie maanden, met ingang van 3 november 2016 tot 3 februari 2017, verlengd;
- de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie voor jeugdzorg en die van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 3 november 2016 tot 3 februari 2017 verleend;
- de raad verzocht om – voor zover dit nog niet is gebeurd – met betrekking tot het verzoek tot gezagsbeëindiging de mogelijkheden te onderzoeken om de kinderen bij oma [oma ] op Aruba te plaatsen alsmede de mogelijkheid om de voogdij aan oma [oma ] over te dragen.
- het ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] beëindigd;
- de GI benoemd tot voogdes over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
- Welke mogelijkheden en belemmeringen ziet de raad voor een hoofdverblijf van de kinderen op Aruba, bij de oma dan wel anderszins?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vraag aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?