Uitspraak
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
4.De beoordeling
5.Conclusie
af;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze strafzaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.E.C.A. Valkenburg, raadsheer bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, omdat hij meende dat Valkenburg vooringenomen was en zijn onafhankelijkheid ontbrak. Het verzoek volgde na een regiezitting op 8 juni 2017, waarbij de zaak werd aangehouden om de verdediging de gelegenheid te geven onderzoekswensen kenbaar te maken.
Verzoeker stelde dat hij werd neergezet als lastig en onredelijk, dat hij gedwongen werd een advocaat te accepteren die zou liegen, en dat hij geen vertrouwen meer had in de onpartijdigheid van mr. Valkenburg. De wrakingskamer onderzocht deze beweringen en concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. Ook werd vastgesteld dat verzoeker vrijwillig had ingestemd met de toevoeging van zijn raadsman.
De wrakingskamer benadrukte dat het ontbreken van vertrouwen geen zelfstandige grond voor wraking vormt en dat het verzoek misbruik van recht opleverde door de goede rechtsorde te verstoren en de rechtsgang te vertragen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze strafzaak niet in behandeling hoeft te worden genomen. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Valkenburg wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek in deze strafzaak wordt niet in behandeling genomen.