Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De verdere beoordeling
€ PM
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant sloot met geïntimeerde een aannemingsovereenkomst voor het leveren en plaatsen van een erker. Na oplevering in april 2007 stelde appellant gebreken vast en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen af vanwege verjaring ex artikel 7:761 lid 1 BW Pro en niet-naleving van de klachtplicht ex artikel 6:89 BW Pro.
In hoger beroep voerde appellant aan dat geen oplevering had plaatsgevonden zodat de verjaring niet was gestart, en dat hij tijdig had geklaagd over de gebreken. Het hof stelde vast dat de oplevering wel degelijk had plaatsgevonden en dat het proces-verbaal van oplevering van 17 april 2007 het begin van de verjaringstermijn markeert.
Verder oordeelde het hof dat appellant de gebreken die hij in 2013 en later aanvoerde, reeds tijdens de uitvoering had kunnen ontdekken en dat hij niet tijdig had geklaagd, waardoor het beroep op de klachtplicht faalt. Beide grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, met veroordeling van appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vorderingen van appellant zijn verjaard en dat hij niet tijdig heeft geklaagd, waardoor zijn vorderingen worden afgewezen.