Uitspraak
[de VOF] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De uitspraak
Vennootschap Onder Firma Restaurant [de VOF], gevestigd te [postcode] [vestigingsplaats] , [adres] , in staat van faillissement;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In eerste aanleg wees de rechtbank Oost-Brabant het verzoek van [de vennootschap] om de vennootschap onder firma (vof) Restaurant [de VOF] in staat van faillissement te verklaren af, omdat niet duidelijk was dat er een netto vordering op de vof bestond. [de vennootschap], een vennoot van de vof die zich per 30 juni 2017 had uitgeschreven, ging in hoger beroep en handhaafde het verzoek tot faillietverklaring.
Tijdens de behandeling in hoger beroep werd vastgesteld dat de vof drie vennoten heeft, waaronder [de vennootschap] en het echtpaar [het echtpaar]. De vof exploiteert het restaurant, maar draait al geruime tijd verlies en heeft betalingsachterstanden. De vordering van [de vennootschap] op de vof uit hoofde van een geldleningsovereenkomst van ruim €80.000,- werd aannemelijk geacht, mede ondersteund door stukken waaruit blijkt dat [de vennootschap] kosten voor de vof heeft voorgeschoten.
De vof en haar vennoten betwistten een tegenvordering wegens omzetverlies en schade, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geacht. Ook de steunvordering van de verhuurder wegens huurachterstand werd als aannemelijk beschouwd. Gezien de opeisbare vordering, de pluraliteit van schuldeisers en het feit dat de vof niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, oordeelt het hof dat het faillissement terecht moet worden uitgesproken.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart de vof Restaurant [de VOF] in staat van faillissement. Tevens werden een rechter-commissaris en curator benoemd om het faillissement af te wikkelen.
Uitkomst: Het faillissement van de vennootschap onder firma Restaurant [de VOF] wordt alsnog uitgesproken.