Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 17 augustus 2017;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 7 september 2017;
- het verweerschrift met een zelfstandig voorwaardelijk verzoek en producties, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2017;
- een akte verzoek tot wijziging van eis, ingekomen ter griffie op 23 oktober 2017;
- het verweerschrift tegen het zelfstandig voorwaardelijk verzoek met een productie, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2017;
3.De beoordeling
enhet daarvoor ontvangen van geld;
‘ [appellant] heeft echter een verklaring van [manager bij de bierbrouwerij] overgelegd waaruit blijkt dat hij op 26 januari 2017[hof: bedoeld zal zijn 26 februari 2017]
geen vloerenonderhoud of andere werkzaamheden bij [de bierbrouwerij] heeft verricht, maar enkel advies heeft gegeven en daar geen geld voor heeft ontvangen. Met betrekking tot de duur van de aanwezigheid heeft [appellant] ter zitting verklaard na het geven van advies nog een rondleiding bij [de bierbrouwerij] gekregen te hebben.’.
‘Gelet op de verschillende verklaringen van [manager bij de bierbrouwerij] is onduidelijk of [appellant] op 26 februari 2017 voor eigen rekening werkzaamheden bij [de bierbrouwerij] heeft verricht. De kantonrechter is daarom van oordeel dat hierin geen dringende reden voor een ontslag op staande voet kan worden gevonden.’Grief III is gericht tegen de eerste zin van deze overweging met als toelichting dat [appellant] niet bekend is met verschillende verklaringen.
4.De beslissing
tenminste zeven dagen voor het verhoorde namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;