ECLI:NL:GHSHE:2017:513
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gerechtvaardigd vertrouwen bij eindafrekening bestuurder in aandeelhoudersgeschil
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bestuurder en aandeelhouder van Tubra Holding B.V., tevens aandeelhouder van Tweko Handelsonderneming B.V., recht had op vergoeding van onbetaalde werkzaamheden verricht voor Tweko. Na een geschil tussen aandeelhouders besloot appellant geen werkzaamheden meer te verrichten en richtte zich op zijn eigen onderneming.
Appellant vorderde betaling van een factuur voor gewerkte uren in de periode 2007-2008, stellende dat er een afspraak was gemaakt over vergoeding zodra financiële ruimte aanwezig was. Tweko stelde dat met de overdracht van aandelen en de daarbij gesloten overeenkomst de rechtsverhouding definitief was afgewikkeld en dat er gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat appellant geen aanspraak meer maakte op vergoeding.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat er nog aanspraak bestond op betaling en dat hij geen urenoverzicht had verstrekt ondanks verzoeken daartoe. Ook was de vordering niet betrokken bij de waardebepaling van de aandelen. Gezien de omstandigheden mocht Tweko erop vertrouwen dat de rechtsverhouding definitief was afgesloten. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.