Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure in beide zaken
- het tussenarrest van 21 maart 2017, waarbij prejudiciële vragen zijn gesteld aan de Hoge Raad;
- het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2017, met de daaraan voorafgaande conclusie van de advocaat-generaal;
- de akte van [appellant] respectievelijk de akte van [geïntimeerde] ;
- de akte van [de vennootschap 1] .
9.De verdere beoordeling
“In een geval als in de onderhavige procedure aan de orde is, waarin drie partijen zijn gedagvaard, waarvan twee partijen niet zijn verschenen en de zaak van de wel verschenen partij na intrekking van de eis is doorgehaald, moet het door de rechtbank ten aanzien van de niet verschenen gedaagden gewezen vonnis worden aangemerkt als een verstekvonnis, waartegen het rechtsmiddel van verzet openstaat.”