Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5050493, rolnummer 16-5277)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de door [appellant] genomen memorie van grieven met zeven producties;
- de door [de stichting] genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens houdende een vermeerdering van eis en daarom tevens aan te merken als memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met 32 producties (genummerd 2 tot en met 33);
- de rolbeslissing van 22 november 2016, waarbij de zaak is verwezen naar rol van 6 december 2016 voor beraad;
- de rolbeslissing van 6 december 2016, waarbij de zaak is verwezen naar de rol van 3 januari 2017 voor een akte aan de zijde van beide partijen;
- akte overlegging productie van [de stichting] van 3 januari 2017 met een productie (nr. 34);
- de rolbeslissing van 3 januari 2017, waarbij aan [appellant] op eenstemmig verzoek een uitstel van twee weken is gegund voor de door hem te nemen akte en de zaak is verwezen naar de rol van 17 januari 2017 voor akte, tevens antwoordakte, van [appellant] (ambtshalve peremptoir).
3.De beoordeling
- Bij huurovereenkomst van 3 augustus 2011 heeft [de stichting] aan [appellant] de woning aan de [adres] te [plaats] verhuurd. Ingevolge de huurovereenkomst diende de huur maandelijks bij vooruitbetaling te worden voldaan.
- [appellant] heeft een huurachterstand laten ontstaan.
- een hoofdsom van € 1.718,49 aan achterstallige huur over de periode tot en met april 2016, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de dagvaarding;
- € 46,22 aan tot aan de dag van de dagvaarding vervallen rente;
- € 293,11 inclusief btw (€ 242,24 exclusief btw, vermeerderd met € 50,87 aan btw) ter zake buitengerechtelijke kosten;
- de huur van € 528,58 per maand over de periode van 1 mei 2016 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst;
- een gebruiksvergoeding van € 528,58 per maand of gedeelte van een maand over de periode vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de datum van ontruiming van het gehuurde;
- dat de door gedaagde gestelde betaling van € 1.528,--, voor zover die inderdaad door [de stichting] is ontvangen, in mindering komt op de veroordeling tot betaling;
- dat de financiële problemen waar [appellant] een beroep op heeft gedaan, geen grond opleveren om de vordering af te wijzen.
- [de stichting] heeft het vonnis op 14 juni 2016 aan [appellant] laten betekenen, [appellant] tot betaling van het per saldo verschuldigde gesommeerd en de ontruiming van de woning aangezegd.
- [de stichting] heeft bij exploot van 1 juli 2016 de ontruimingsdatum aan [appellant] bekend gemaakt.
- [appellant] heeft bij dagvaarding van 8 juli 2016 een executiegeschil tegen [de stichting] aanhangig gemaakt en, kort gezegd, schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis gevorderd.
- Bij vonnis in kort geding van 11 juli 2016 (zaak-/rolnummer C/01/310235 / KG ZA 16-387) heeft de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis verboden en de ontbinding van de huurovereenkomst geschorst, beide totdat in het hoger beroep tegen het vonnis van 2 juni 2016 is beslist.
- [de stichting] heeft bij dagvaarding van 3 november 2016 een nieuw kort geding tegen [appellant] aangespannen. In dat kort geding heeft [de stichting] gevorderd, voor zover thans van belang, veroordeling van [appellant] tot ontruiming van het gehuurde.
- Bij vonnis in kort geding van 28 november 2016 (zaak-/rolnummer C/01/313559 / KG ZA 16-599) heeft de voorzieningenrechter deze vordering toegewezen.
- Op basis van dat vonnis is de woning op 15 december 2016 ontruimd.
- zich opnieuw te begeven of aanwezig te zijn in de nabije omgeving op een afstand van 500 meter, althans op een afstand van 200 meter, ten opzichte van de woning, alsmede
- contact op te (laten) nemen met bewoners die wonen in de directe omgeving op een afstand van 500 meter, althans op een afstand van 200 meter, ten opzichte van de woning;
- zich opnieuw te begeven of aanwezig te zijn in de nabije omgeving op een afstand van 500 meter, althans op een afstand van 200 meter, ten opzichte van de woning, alsmede
- contact op te (laten) nemen met bewoners die wonen in de directe omgeving op een afstand van 500 meter, althans op een afstand van 200 meter, ten opzichte van de woning;