Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 mei 2016;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met negen producties (genummerd 13 tot en met 21).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat centraal of door de man aan de vrouw verstrekte bedragen in het kader van hun affectieve relatie gelden als lening of schenking. De vrouw vordert terugbetaling van gelden die zij volgens de man als lening heeft ontvangen. Het hof bevestigt dat het bedrag van €9.600 dat in februari 2010 aan de vrouw is verstrekt, een lening betreft, mede gelet op de maandelijkse aflossingen van €100 en de erkenning van de vrouw in een e-mail.
Het hof oordeelt dat niet is komen vast te staan dat andere bedragen boven deze €9.600 als lening zijn verstrekt, waaronder een bedrag van €2.000 in september 2013 dat de vrouw als schenking kwalificeert. De man heeft onvoldoende bewijs geleverd voor de stelling dat dit bedrag een lening was.
Verder bepaalt het hof dat de vrouw het geleende bedrag moet terugbetalen in maandelijkse termijnen van €100, conform de gedragingen van partijen. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf 29 juli 2015, de datum van het vonnis, en niet eerder. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover de vrouw werd veroordeeld tot betaling van €13.150 met hogere termijnen, en veroordeelt haar tot een aangepaste terugbetaling van €7.100 met rente. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de affectieve relatie tussen partijen.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot terugbetaling van €7.100 met maandelijkse termijnen van €100 en wettelijke rente vanaf 29 juli 2015, met compensatie van proceskosten.