Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- dat de man dient bij te dragen in de kosten van haar levensonderhoud met een bedrag van € 547,- bruto per maand, althans met een zodanig bedrag als het hof juist acht;
- dat de hypotheekkosten van de echtelijke woning voor wat betreft de maanden september en oktober [2015] niet ten laste van de vrouw komen, doch dat deze hypotheeklasten door de man dienen te worden voldaan.
- te bepalen dat het door hem aan de vrouw te betalen bedrag in het kader van haar levensonderhoud op nihil wordt bepaald, althans op een nader bedrag als het hof juist acht;
- de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure;
- voor het overige de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.