ECLI:NL:GHSHE:2017:4142
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging van contractuele boete met terugvordering onverschuldigde betaling
In deze civiele zaak stond de matiging van een contractuele boete centraal. Appellant had een bedrag betaald dat volgens het hof deels onverschuldigd was. Na het tussenarrest van april 2017 zag appellant af van het leveren van tegenbewijs en stelde dat zij € 2.100,- had betaald, waarvan € 1.034,30 onverschuldigd was.
De geïntimeerde betwistte de terugvordering en stelde dat appellant in eerste aanleg geen reconventionele vordering had ingesteld, waardoor terugvordering in hoger beroep niet mogelijk zou zijn. Ook voerde zij aan dat de boete niet onredelijk hoog was en dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden bij de matigingsbeslissing.
Het hof oordeelde dat appellant wel recht had op terugbetaling van het onverschuldigde bedrag, ook in hoger beroep, en wees de stellingen van geïntimeerde af. De matiging van de boete werd bevestigd, waarbij het hof rekening hield met de positie van appellant als kleine onderneming en het wettelijke kader. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof matigt de contractuele boete en veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van € 1.034,30 met wettelijke rente aan appellant.