Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/181941/HA ZA 13-266)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
[Speciaal Vervoer B.V.]] moet in staat zijn de facturen digitaal aan te leveren. Over de wijze waarop de factuur dient te worden aangeleverd, zal nader overleg plaatsvinden. Opdrachtgever [
[geïntimeerde]] draagt zorg voor betaling van de termijn binnen een tijdsbestek van 30 dagen na ontvangst van de factuur.”
[geïntimeerde]] een positief banksaldo van circa 1,2 miljoen euro na aftrek van zowel te betalen vorderingen als uitgaven over maart en april 2013, is er bij de Stichting sprake van regelmatige inkomsten die de kosten dekken en heeft de Stichting geen andere achterstallige schulden, anders dan de vaste lasten vanaf de datum van het faillissement. De vorderingen van Speciaal Vervoer [
[Speciaal Vervoer B.V.]] (...) kunnen, voor zover erkend, worden betaald (terwijl, zo daartoe rechtens de noodzaak had bestaan, overigens ook voldoende financiële middelen voor het niet-erkende deel van de vorderingen voorhanden zouden zijn geweest). Ook de afgelopen jaren heeft, (...), de Stichting goede resultaten geboekt. De curator is tot de bevinding gekomen dat de Stichting een solvabele instelling is die haar schulden kan voldoen. Het hof onderschrijft (...) voornoemde conclusie(s) van de curator. Het hof is derhalve van oordeel dat de Stichting voldoende geld in kas heeft en voldoende onroerende zaken bezit (...) om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen én dat de Stichting hiertoe ook in staat was en bleek ten tijde van de faillietverklaring. De Stichting heeft derhalve nooit daadwerkelijk in een faillissementstoestand verkeerd ten tijde van de aanvraag (noch thans in hoger beroep), zodat naar het oordeel van het hof de faillissementsaanvraag afgewezen had moeten worden. Immers, de Stichting verkeerde niet noch verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. (…)
hiervoor onder q) geciteerde] brief van [geïntimeerde] en (voor zover thans van belang) het volgende laten weten:
hiervoor in 4.1 onder e) vermeld] omdat [Speciaal Vervoer B.V.] per 2 april 2013 haar vervoerswerkzaamheden heeft opgeschort in strijd met die overeenkomst en met name artikel 13.6 daarvan. Volgens [geïntimeerde] stond het [Speciaal Vervoer B.V.] , gelet op het doel en de strekking van de in de vervoersovereenkomst vastgelegde afspraken, niet vrij om de vervoersactiviteiten te staken of op te schorten.
primaireen verklaring voor recht dat de vervoersovereenkomst ontbonden is, en
subsidiairontbinding van de vervoersovereenkomst (onderdeel 1). Daarnaast vorderde [geïntimeerde] veroordeling van [Speciaal Vervoer B.V.] tot betaling van een aantal bedragen in verband met de rekening-courant verhouding tussen partijen en de overeenkomst van geldlening, en tot veroordeling van [Speciaal Vervoer B.V.] in de proceskosten met nakosten (onderdelen 2 tot en met 5). [Speciaal Vervoer B.V.] heeft de vorderingen van [geïntimeerde] bestreden. Volgens haar is niet zijzelf maar [geïntimeerde] tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de vervoersovereenkomst. In reconventie vorderde [Speciaal Vervoer B.V.] dienovereenkomstig een verklaring voor recht en veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van schadevergoeding.
hiervoor in 4.1 onder q) vermeld] de vervoersovereenkomst al dan niet rechtsgeldig heeft ontbonden. De rechtbank heeft deze vraag vervolgens aldus beantwoord dat [Speciaal Vervoer B.V.] door haar verplichtingen op te schorten toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vervoersovereenkomst, zodat [geïntimeerde] het recht toekwam de vervoersovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden zoals zij bij brief van 25 april 2013 heeft gedaan. De overeenkomst is daarom per 26 april 2013 ontbonden zodat onderdeel (1) van de vordering van [geïntimeerde] aldus toewijsbaar is en de door de curator in reconventie gevorderde verklaring voor recht met de daarop gebaseerde vordering tot schadevergoeding niet toewijsbaar is. In reconventie resteert alleen de vordering van de curator tot betaling van de facturen van [Speciaal Vervoer B.V.] , aldus de rechtbank. Deze vordering beloopt een bedrag van in totaal € 447.167,52 met rente en kosten. De rechtbank heeft de curator in de gelegenheid gesteld te reageren op stellingen en stukken van [geïntimeerde] bij haar conclusie van antwoord na comparitie over de rekening-courant en regres. Met betrekking tot de geldlening heeft de rechtbank bewijslevering aangekondigd.
hiervoor in 4.1 onder e) vermeld] opschorting
hiervoor in 4.1 vermeld] blijkt dat [geïntimeerde] per januari 2013 was gestopt met betalingen aan [Speciaal Vervoer B.V.] waardoor er een bedrag van ongeveer € 900.000,= openstond, waarvan ongeveer € 700.000,= opeisbaar was (r.o. 4.6.1). Deze vaststelling is niet bestreden.