ECLI:NL:GHSHE:2017:3881
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor opzettelijke dierenmishandeling, schuldigverklaring zonder strafoplegging wegens nalaten noodzakelijke medicatie paard
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk benadelen van de gezondheid van haar paard door het nalaten van noodzakelijke medicatie, in strijd met artikel 36, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het hof oordeelde dat opzet, ook in voorwaardelijke zin, niet bewezen kon worden omdat de verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling niet heeft aanvaard.
Feiten tonen aan dat het paard sinds juni 2012 benauwd was en onder behandeling stond van meerdere dierenartsen die medicatie voorschreven. De verdachte gaf wel medicatie, maar in een lagere dosis dan voorgeschreven, uit angst voor bijwerkingen, en nam aanvullende maatregelen zoals het gebruik van een hooistoommachine en voedingssupplementen. Diverse dierenartsen waren betrokken en adviseerden medicatie, maar niet alle adviezen waren volledig eensluidend.
Het hof stelde vast dat de verdachte er veel aan gelegen was om het paard goede zorg te bieden en dat zij niet willens en wetens de gezondheid van het paard wilde benadelen. Wel werd bewezen verklaard dat zij de noodzakelijke medicatie niet volledig heeft toegediend, wat de gezondheid van het paard heeft benadeeld.
Gezien de omstandigheden en de intentie van de verdachte werd zij schuldig verklaard zonder strafoplegging. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van het opzettelijke bestanddeel, maar verklaarde haar schuldig aan de niet-opzettelijke overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging wegens nalaten noodzakelijke medicatie aan paard zonder opzet.