Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Matze;
- mr. P.E.A.M. Gerritse, hierna te noemen: de curator.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat hij de verplichtingen zou nakomen en geen nieuwe schulden zou maken. De rechtbank baseerde dit mede op het gebruik van medicinale cannabis zonder vergoeding en een tekortschietende inkomsten- en uitgavenbalans.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij met toestemming van de gemeente zelf medicinale cannabis kweekt, waardoor hij geen kosten hoeft te maken. Tevens stelde hij dat er meer schulden zijn dan door de curator in het schuldenoverzicht vermeld, waaronder oudere schulden en een grotere schuld aan het CJIB. Hij kon echter niet alle relevante stukken overleggen.
Het hof constateerde discrepanties tussen het schuldenoverzicht van appellant en het crediteurenoverzicht van de curator, en ontbraken belangrijke documenten zoals een detentieverklaring en medische bescheiden. Daarom acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen en stelt het appellant in de gelegenheid aanvullende stukken te overleggen. Ook draagt het hof de curator op om schuldeisers nader te benaderen.
De behandeling wordt aangehouden tot een pro forma zitting op 19 oktober 2017, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt aangehouden tot 19 oktober 2017 voor nadere stukken en verificatie.