Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/184376/HA ZA 13-377)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
inde bocht (!) - constateerde hij dat een tegemoetkomend voertuig zich (deels) op zijn weghelft bevond. [appellant] werd op dat moment bevangen door schrik. Bedenkt men hierbij de wegomstandigheden zoals hierboven omschreven, dan is dit ook zeer begríjpelijk. Immers bevonden zich nagenoeg direct langs de weg de bomen - waar hij niet doorheen kon - en hoewel de weg breed genoeg was om twee wagens elkaar gelijktijdig te laten passeren, bevond zijn tegenligger zich (deels) op zijn weghelft waardoor de ruimte waar [appellant] met zijn wagen tussendoor moest gaan zeer beknot was. Was [appellant] rechtdoor gereden, en de tegemoetkomende wagen ook, dan zou er naar alle waarschijnlijkheid een frontale botsing hebben plaatsgevonden.