Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
primairde tussen partijen opgestelde huwelijkse voorwaarden als nietig/vernietigd dienen te worden beschouwd;
meer subsidiairde man aan de vrouw dient te betalen ter zake van door de vrouw te veel betaalde bijdrage in de kosten van de gezamenlijke huishouding gedurende de huwelijkse periode een bedrag van € 158.305,-, waarbij de vrouw zich het recht voorbehoudt haar verzoek in dezen te wijzigen/aan te vullen in afwachting van de lopende strafrechtelijke onderzoeken jegens de man, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Gool;
- de man, bijgestaan door mr. Zonnenberg.
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 1 december 2016, waaraan gehecht de producties 1 tot en met 10;
- de ter zitting door de advocaat van de vrouw overgelegde pleitnotitie.
3.De beoordeling
- bepaald dat de vrouw tegenover de man het recht heeft om in de woning te blijven wonen en de tot de inboedel daarvan behorende zaken te blijven gebruiken tot drie maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, als zij de woning ten tijde van die inschrijving bewoont;
- de door de vrouw aan de man te betalen vergoeding voor het gebruik van de woning bepaald op een bedrag van € 1.156,- per maand, ingaande op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en eindigende drie maanden daarna;
- afgewezen het verzoek van de vrouw zoals verwoord in rov. 3.1 onder D.1, sub B van die beschikking, voor zover dat afwijkt van het door de rechtbank in rov. 5.9 bepaalde;
- voortgezet gebruik echtelijke woning / redelijke vergoeding echtelijke woning (grief 1);
- verschaffen inzage financiële administratie (grief 2);
- afwikkeling huwelijkse voorwaarden (grief 3);
- proceskosten (grief 4).