Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met één productie;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier van 22 november 2016 door mr. Brantjes toegezonden akte houdende wijziging eis, die hij bij het pleidooi in het geding heeft gebracht.
6.De beoordeling
Kamerstukken II1951/52, 881, nr. 6, p. 30) te verschaffen die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de wederpartij. Daarmee strookt dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft om op grond van alle omstandigheden de hoogte van de schadevergoeding te bepalen. De algemene regels van Boek 6 BW zijn op de begroting van de schadevergoeding van toepassing. Derhalve moet de rechter de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is (artikel 6:97 BW Pro). Alleen indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat.
€ 14.000,- bruto per maand, vermeerderd met 8 % vakantietoeslag. Daarnaast werd er per jaar € 36.000,- aan pensioenpremie door Van Gansewinkel ten behoeve van [appellant] betaald. Dit alles komt neer op een bruto jaarloon van € 217.440,-.
€ 128.800,- (46 werkweken à € 2.800,-), berekend over de totale duur zijnde 21 maanden. Voorts heeft Van Gansewinkel ten tijde van het ontslag aan [appellant] een bedrag uitgekeerd van € 150.000,-.