Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Onderzoek ter zitting
Beslissing
Gronden
Hof:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De erven van een belastingplichtige hebben bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb. Dit verzoek betrof het gelasten van medewerking van een tipgever om als getuige te verschijnen en het bekendmaken van diens NAW-gegevens in het kader van navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting.
Het hof overwoog dat de meervoudige kamer, die bevoegd is in de hoofdzaak, reeds voorlopige oordelen heeft geveld. Zo is bepaald dat de tipgever als getuige moet worden gehoord en niet anoniem, en dat de Inspecteur verantwoordelijk is voor het doen verschijnen van de tipgever. Tevens is geoordeeld dat de Inspecteur niet verplicht is de NAW-gegevens te verstrekken, waarbij de risico’s van het niet verschijnen voor zijn rekening komen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om bekrachtiging of heroverweging van deze voorlopige oordelen buiten zijn taak valt en dat er geen sprake is van onverwijlde spoed. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
De zaak zal inhoudelijk verder worden behandeld door de meervoudige kamer op 11 september 2017, waarbij het getuigenverhoor van de tipgever op 30 juni 2017 gepland staat. Het hof benadrukte dat de tipgever verplicht is te verschijnen en dat de Inspecteur de regie moet voeren over diens aanwezigheid.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de meervoudige kamer reeds voorlopige oordelen heeft geveld en er geen onverwijlde spoed is.