ECLI:NL:GHSHE:2017:2836
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating tot schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving minnelijke regeling en bewijsverzuim
Appellant 1 en appellant 2 hebben in hoger beroep verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank hun verzoeken had afgewezen. De rechtbank had appellant 2 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig aanleveren van aanvullende stukken, terwijl voor appellant 1 geen uitspraak in eerste aanleg was gedaan.
Het hof oordeelt dat appellant 1 niet-ontvankelijk is omdat er geen uitspraak in eerste aanleg is waartegen hoger beroep mogelijk is. Appellant 2 is ontvankelijk, maar heeft niet voldaan aan de wettelijke vereisten van artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro, omdat zij geen met redenen omklede verklaring heeft overgelegd dat een minnelijke regeling met schuldeisers niet mogelijk was.
De hypotheekhouder werkte niet mee aan verkoop van het appartement zolang een restschuld zou ontstaan, maar de wet verplicht niet om een aanbod aan een hypotheekhouder te doen zolang het onderpand niet executoriaal is verkocht. Bovendien heeft appellant 2 nagelaten essentiële jaarstukken van haar onderneming te overleggen, waardoor het hof niet kon beoordelen of zij te goeder trouw was in het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
Daarom wordt het hoger beroep van appellant 1 niet-ontvankelijk verklaard en wordt de beschikking van de rechtbank ten aanzien van appellant 2 bekrachtigd, zij het op andere gronden dan de rechtbank had aangevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek van appellant 2 tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.