Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de V.O.F.] V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geintimeerde 2] ,
[geintimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/266983 / HA ZA 13-591)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Artikel 16. Aansprakelijkheid.
Dieren hok 3 zeer sterk gedaald in voeropname en in produktie. Speelt al een paar dagen. Mest waterdun geweest; nu al iets beter, maar wel veel te nat”.
Zoals we vanmorgen via de telefoon hebben besproken is het zeer onwaarschijnlijk dat mineralenvoorziening resulteert in een snelle stop van de eiproductie, mede omdat je hebt aangegeven dat de voeropname van de hennen daalde tot 75 g/dag, wat inhoudt dat de voeropname nog altijd substantieel was. Dat zou m.i. leiden tot een dalende eiproductie en niet tot het ruien van de hennen. (…)
Met zulke problemen (met name in Stal 3: bijna 10% productiedaling op vrijdag 8/2 en bijna 20% productiedaling op zaterdag 9/2, en zo’n plotse voeropnamedaling (…) i.c.m. de problemen die door [geintimeerde c.s.] gezien zijn aan de mest, MAG INDERDAAD een probleem met het voer MAAR OOK een ernstige infectieuze oorzaak vermoed worden. (…)
) telefonisch besproken. Zijn toelichting: dit was al een koppel met bijzondere historie: gekocht “uit Duitsland”, entschema onbekend (“vermoedelijk amper tegen o.a. IB geënt?”). Reeds één week na opzet enorme problemen gehad: dikke ogen/oogontsteking. Koppel was toen heel ziek, zag er belabberd uit. (…)”.