Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- de autoverzekering van de partner van [appellant] is enkel en alleen op naam van [appellant] gesteld, vanwege de mondelinge afspraak met zijn partner dat hij eenmaal per veertien dagen de auto mocht gebruiken om naar zijn kinderen te gaan;
- er is geen sprake van mogelijke benadeling van schuldeisers, daar de auto van de partner van [appellant] door haar zelf is gekocht;
- met betrekking tot de tenaamstelling van de verzekering van de auto van de broer van [appellant] , stelt [appellant] dat zijn broer per ongeluk zijn rijbewijs had meegenomen om de auto te laten verzekeren;
- er is geen sprake geweest van het frustreren en/of belemmeren van de uitvoering van de schuldregeling door toedoen of nalaten van [appellant] , nu de bewindvoerder de post van [appellant] structureel ruim een maand te laat doorstuurt;
- onjuist is de stelling van de bewindvoerder dat [appellant] hem tijdens een telefoongesprek zou hebben beledigd en hem zou hebben bedreigd, de aangifte die door de bewindvoerder jegens [appellant] is gedaan, is onterecht gedaan en berust op een feitelijke onjuistheid.