Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3267497 CV EXPL 14-6047)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte houdende producties van Tiwos, met twee producties.
3.De beoordeling
- de cliënt behoefte heeft aan zelfstandige woonruimte, te verzorgen door Tiwos, hierna te noemen “verhuurder “,
- de begeleider begeleiding biedt ter ondersteuning van het zelfstandig wonen.
cliënt zich niet houdt aan de afspraken die zijn vastgelegd in deze tijdelijke begeleidingsovereenkomst naar zelfstandig wonen en/of het woonbegeleidingsplan,
cliënt zich niet houdt aan de afspraken die zijn vastgelegd in de bijbehorende tijdelijke huurovereenkomst met begeleiding.
- verhuurder bereid en in staat is tijdelijk woonruimte aan huurder te verschaffen, maar hiertoe slechts bereid is wanneer er een directe koppeling zal worden gemaakt tussen een verplichte begeleiding van huurder door Stichting Traverse SMO, hierna te noemen ‘de begeleidende instantie”, aan huurder enerzijds en de terbeschikkingstelling van woonruimte van verhuurder aan huurder anderzijds en huurder zich in dit kader tevens zal verbinden aan een zogeheten anti-overlast bepaling;
- verhuurder bereid is eerder genoemde woonruimte uitsluitend voor de duur van de begeleiding door de begeleidende instantie in huur te geven aan huurder;
- in verband met het feit dat begeleiding van huurder noodzakelijk is, de begeleidingsovereenkomst onlosmakelijk verbonden is met de tijdelijke huurovereenkomst met begeleiding; Dit houdt in dat de tijdelijke huurovereenkomst met begeleiding te allen tijde eindigt indien de begeleidingsovereenkomst eindigt;
- de bepalingen van de begeleidingsovereenkomst te allen tijde prevaleren boven de bepalingen van de huurovereenkomst met begeleiding;
- huurder uitdrukkelijk verklaart ermee bekend te zijn dat deze overeenkomst een essentieel tijdelijk karakter draagt en dat hij/zij geen beroep zal doen op huurbescherming c. q. andere wettelijke bepalingen waarmee huurder het gebruik van het gehuurde object tegen de wil van de verhuurder zou willen verlengen.
- verhuurder beoogt met de verhuur niet primair te voorzien in de behoefte aan onderdak, maar door verhuur een kader te scheppen voor hulpverlening door de begeleidende instantie;
- uit het woonverleden van huurder gebleken is dat woonbegeleiding noodzakelijk is om uiteindelijk te komen tot zelfstandig wonen zonder begeleiding;