Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- primair de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) van 25 september 2013 ten aanzien van de partneralimentatie op grond van artikel 1:401 lid 4 van Pro het BW in te trekken én de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen ten titel van partneralimentatie op de man is verhaald;
- subsidiair voornoemde beschikking van 25 september 2013 ten aanzien van de partneralimentatie te wijzigen op grond van artikel 1:401 lid 1 BW Pro, aldus dat de partneralimentatie met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op nihil wordt gesteld vanwege het ontbreken van draagkracht aan de zijde van de man, én de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen ten titel van partneralimentatie op de man is verhaald;
- meer subsidiair voornoemde beschikking van 25 september 2013 ten aanzien van de partneralimentatie te wijzigen op grond van artikel 1:401 lid 1 BW Pro, aldus dat de alimentatieverplichting van de man ten aanzien van het jaar 2014 op nihil wordt gesteld vanwege het ontbreken van draagkracht aan de zijde van de man, althans dat de alimentatie wordt vastgesteld op een bedrag door het hof in billijkheid te bepalen, én de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen als gevolg van de te wijzen beschikking teveel ten titel van partneralimentatie op de man is verhaald.