ECLI:NL:GHSHE:2017:2205
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw voorafgaand aan faillissement
Appellanten hebben verzocht om hun faillissement om te zetten in een schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof heeft in hoger beroep de situatie opnieuw beoordeeld. Uit het faillissementsverslag bleek dat appellanten kort voor het faillissement meerdere voertuigen aan derden hadden overgeschreven, wat de boedel benadeelde. Ook waren bedrijfsmiddelen verkocht zonder volledige verantwoording. Appellanten leverden onvoldoende bewijs van goede trouw, onder meer door het ontbreken van jaarstukken en onvoldoende onderbouwing van belastingschulden.
De stellingen van appellanten over het gebruik van een auto en de aard van de schulden werden niet voldoende aannemelijk geacht. Het beroep op de hardheidsclausule faalde eveneens wegens gebrek aan inzicht in de omstandigheden die tot de schulden leidden. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.