Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven getiteld “Memorie van grieven en incidenteel appel”;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
- art. 8 van Pro het echtscheidingsconvenant is nietig dan wel vernietigbaar omdat [appellante] bij het sluiten van deze overeenkomst niet handelingsbevoegd was;
- art. 8 van Pro het echtscheidingsconvenant is nietig dan wel vernietigbaar vanwege een wilsgebrek aan de zijde van [appellante] ;
- [appellante] acht zich niet gebonden aan de borgstelling omdat (i) niet blijkt dat deze verband houdt met haar krediet van € 25.000,00, (ii) zij hier niet bij betrokken is geweest, (iii) zij geen toestemming voor deze borgstelling heeft verleend en (iv) zij noch de curator de overeenkomst van borgstelling heeft ondertekend;
- betalingen van [geïntimeerde] aan de Rabobank moeten worden beschouwd als te zijn voldaan aan een natuurlijke verbintenis;
- het beroep van [geïntimeerde] op betaling van de vordering op basis van de eisen van redelijkheid en billijkheid kan niet slagen;
- de woning aan de [adres 2] en berging/studio van de woning aan de [adres 1] werden overgedragen aan [moeder geintimeerde] voor een bedrag van € 123.000,00;
- [moeder geintimeerde] nam de schuld van partijen aan de bank voor het bedrag van € 123.000,00 over;
- de woning aan de [adres 1] werd overgedragen aan [geïntimeerde] ;
- [geïntimeerde] bleef aansprakelijk voor de hypothecaire schuld van partijen en [appellante] werd door de bank ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid.