Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3876776 CV EXPL 15-1306)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met drie grieven en twee producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met één grief en twee producties;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- de antwoordakte van [Installatietechniek] van 28 juni 2016 met een productie;
- de akte van NVKL van 26 juli 2016.
3.De beoordeling
diefusie is het kennelijk niet gekomen.
beidepartijen (de oude en de nieuwe schuldenaar) de schuldeiser (NVKL) daarvan in kennis stellen, artikel 6:155 BW Pro en parlementaire geschiedenis, Boek 6, p. 578, slot tweede alinea.
naast[Installatiebedrijf 1] voor de betaling van de schuld moet hebben verbonden. In die gevallen ontstaat er immers een verbintenis voor [Installatietechniek] terwijl de hoofdverplichting van de oorspronkelijk schuldenaar, [Installatiebedrijf 1] , onverminderd blijft bestaan. In dit geval ontstaat voor [Installatietechniek] een nieuwe, eigen verbintenis jegens NVKL, een verbintenis die nog niet bestond en de oorspronkelijke verbintenis van [Installatiebedrijf 1] onberoerd laat.