Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Nadaud;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [de vertegenwoordiger van de GI] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg tot verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige zoon tot aan zijn meerderjarigheid. De minderjarige staat sinds 2012 onder toezicht en is in november 2015 geplaatst in een gesloten jeugdhulpvoorziening. Sinds juni 2016 is hij echter spoorloos en vermist.
De moeder betoogt dat de ondertoezichtstelling niet verlengd kan worden omdat de omstandigheden onbekend zijn, er geen actuele bedreiging voor de ontwikkeling is vastgesteld en de minderjarige mogelijk zelfstandig kan functioneren. Zij benadrukt haar medewerking aan hulpverlening en het ontbreken van meldingen over ernstige bedreiging.
De gecertificeerde instelling stelt dat de bedreiging van de ontwikkeling langdurig is en niet door de moeder is weggenomen. De minderjarige onttrekt zich aan toezicht en hulpverlening. Het hof overweegt dat de ondertoezichtstelling niet verlengd kan worden omdat de minderjarige sinds juni 2016 onvindbaar is en er geen invulling aan de maatregel wordt gegeven. De beschikking wordt vernietigd en het verzoek tot verlenging afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot verlenging van de ondertoezichtstelling en wijst het verzoek tot verlenging af.