Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
4.De beslissing
PRO FORMA 21 september 2017.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake het gezag en de omgangsregeling over twee minderjarige kinderen uit een beëindigde affectieve relatie. De vader verzocht onder meer gezamenlijk gezag toe te kennen en een omgangsregeling waarbij hij regelmatig contact met de kinderen zou hebben.
De rechtbank had het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en het omgangsrecht van de vader voor twee jaar ontzegd. In hoger beroep trok de vader zijn verzoek tot gezamenlijk gezag in, waarna het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde voor dit onderdeel. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen een voorlopige regeling waarbij de vader eenmaal per maand aan elk kind een kaart mag sturen, die via de moeder en de psycholoog wordt beoordeeld op geschiktheid.
Beide ouders zullen hulpverlening opstarten via het Centrum Jeugd en Gezin, met medewerking van de psycholoog om het contact en de hulpverlening te bespreken. Het hof acht het in het belang van de kinderen dat deze stappen worden gezet en wijst de voorlopige omgangsregeling toe. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 21 september 2017 om de voortgang van de afspraken te evalueren.
De beschikking is gegeven door het hof 's-Hertogenbosch en uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2017.
Uitkomst: Vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep inzake gezamenlijk gezag en krijgt een voorlopige omgangsregeling toegewezen.