ECLI:NL:GHSHE:2017:12

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 januari 2017
Publicatiedatum
3 januari 2017
Zaaknummer
200.200.748_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 lid 5 RvArt. 127 lid 1 RvArt. 127 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet verschijnen na ongeldige herstelexploten

In deze civiele procedure in hoger beroep stonden appellanten tegenover geïntimeerde, curator in faillissementen. De procedure kende twee achtereenvolgende herstelexploten die niet tot inschrijving van de zaak leidden, waardoor het geding in beginsel zijn aanhangigheid verloor.

Echter bood geïntimeerde zelf een exploot van anticipatie aan ter inschrijving op de rol van een vervroegd aangezegde rechtsdag, waarmee het hof toestemming aannam om de zaak alsnog aanhangig te houden. Op de rol verschenen appellanten niet, ondanks oproep en waarschuwing dat bij afwezigheid ontslag van instantie zou volgen.

Appellanten maakten geen gebruik van de gelegenheid alsnog een advocaat te stellen. Het hof ontsloeg geïntimeerde van de instantie en veroordeelde appellanten in de proceskosten. Hiermee werd de vordering van geïntimeerde toegewezen wegens het niet verschijnen van appellanten.

Uitkomst: Het hof ontslaat geïntimeerde van de instantie en veroordeelt appellanten in de proceskosten wegens niet verschijnen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.200.748/01
arrest van 3 januari 2017
in de zaak van

1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] (België),

2.
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] (België),
appellanten,
niet verschenen,
tegen
mr. Dimitry Engelbertus Anthonius Fransiscus Aertssen,
in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van ESQ Holding B.V., ESQ Event Security B.V., ESQ Security B.V., ESQ Advertising B.V. en E-Zoom B.V.,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. F.H.H.M. Degens te Heerlen,
op het bij exploot van dagvaarding van 16 maart 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 16 december 2015, gewezen tussen appellanten als gedaagden en geïntimeerde als eiser.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/203994/HA ZA 15-170)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het inschrijvingsherstelexploot van 29 juni 2016;
  • het inschrijvingsherstelexploot van 23 september 2016;
  • het exploot van anticipatie van 3 oktober 2016.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De beoordeling

3.1.
Uit het hiervoor weergegeven verloop van de procedure blijkt dat in deze zaak sprake is van twee achtereenvolgende herstelexploten. Beide herstelexploten lijden aan een gebrek. Omdat de zaak niet was aangebracht op de in de appeldagvaarding aangezegde rechtsdag van 21 juni 2016, is op 29 juni 2016 op de voet van artikel 125 lid 5 Rv Pro het eerste herstelexploot uitgebracht. Dit herstelexploot heeft echter niet het gewenste gevolg gehad omdat de zaak niet op de aangezegde roldatum van 13 september 2016 is ingeschreven. Vervolgens is op 23 september 2016 een tweede herstelexploot uitgebracht, echter niet binnen 14 dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag van 21 juni 2016, zodat het inschrijvingsgebrek door dit exploot evenmin is hersteld en het geding op grond van het bepaalde in artikel 125 lid 5 Rv Pro in beginsel zijn aanhangigheid heeft verloren.
Dit verlies van aanhangigheid kan worden opgevangen indien de zaak met toestemming van de wederpartij alsnog op de rol wordt geplaatst. Op grond van het gegeven dat geïntimeerde op 3 oktober 2016 een exploot van anticipatie heeft laten uitbrengen en dit exploot zelf ter inschrijving op de rol van de vervroegd aangezegde rechtsdag heeft aangeboden, neemt het hof bedoelde toestemming van geïntimeerde aan. Dat betekent dat het geding aanhangig is gebleven.
3.2.
Geïntimeerde heeft appellanten bij zijn exploot van anticipatie opgeroepen om vervroegd te verschijnen op de rol van 11 oktober 2016, met aanzegging dat indien appellanten niet op de voorgeschreven wijze ter zitting verschijnen, ontslag van instantie zal worden gevorderd en veroordeling van appellanten in de proceskosten. Geïntimeerde heeft de zaak op de voet van artikel 127 lid 1 Rv Pro op de rol van 11 oktober 2016 aangebracht. Op deze roldatum zijn appellanten niet verschenen, waarna appellanten op de voet van artikel 127 lid 2 Rv Pro in de gelegenheid zijn gesteld alsnog advocaat te stellen. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat de vordering van geïntimeerde wordt toegewezen. Het hof zal geïntimeerde van de instantie ontslaan en appellanten veroordelen in de proceskosten (½ punt tarief II).

4.De uitspraak

Het hof:
ontslaat geïntimeerde van deze instantie;
veroordeelt appellanten in de kosten van deze procedure, aan deze zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 5.213,-- aan griffierecht en op € 447,-- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 januari 2017.