Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“23 Volgens vaste rechtspraak vereisen de eenvormige toepassing van het Unierecht en het gelijkheidsbeginsel dat de bewoordingen van een bepaling van Unierecht die voor de betekenis en de draagwijdte ervan niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst, normaliter in de gehele Unie autonoom en uniform worden uitgelegd, rekening houdend met de context van de bepaling en het doel van de betrokken regeling (zie met name arrest van 27 juni 2013, Malaysia Dairy Industries, C‑320/12, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
voorziet, zijn de bepalingen van laatstgenoemde verordening van bijzonder belang.
“40 Uit een en ander volgt dat op de eerste vraag moet worden geantwoord dat artikel 15, lid 1, van verordening nr. 44/2001 aldus moet worden uitgelegd dat een natuurlijke persoon die met een vennootschap nauwe beroepsmatige banden heeft, zoals een bestuurder of een meerderheidsaandeelhouder, niet kan worden aangemerkt als consument in de zin van deze bepaling wanneer hij een promesse aan order voor aval tekent die is uitgegeven ter verzekering van de nakoming van de voor deze vennootschap uit een kredietovereenkomst voortvloeiende verbintenissen. Derhalve kan niet op grond van deze bepaling worden uitgemaakt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een rechtsvordering waarbij de in een lidstaat gevestigde begunstigde van een promesse aan order de vorderingen krachtens deze promesse, die bij de ondertekening ervan onvolledig was en nadien is vervolledigd door de begunstigde, instelt tegen de in een andere lidstaat woonachtige avalgever.”
auf dem Postweg zugestellt”) en wel aan het door of namens Delfin opgegeven adres van [geïntimeerde] . Enige ontvangstbevestiging die door of namens [geïntimeerde] is ondertekend, ontbreekt.