ECLI:NL:GHSHE:2016:900
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van ruim €92.000, waaronder aanzienlijke schulden aan de bank, het UWV en het CJIB. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij bezwaar en beroep had aangetekend tegen de vorderingen van het UWV, dat hij niet nalatig was geweest en dat de boete van 100% onredelijk hoog was. Tevens stelde hij dat de schuld aan het CJIB niet uit boetes wegens verkeersovertredingen bestond, maar uit niet betaalde verzekeringspremies. Hij deed ook een beroep op de hardheidsclausule.
Het hof oordeelde dat de schuldenlijst incompleet was en dat appellant onvoldoende inzicht gaf in de aard en ontstaansgeschiedenis van diverse schulden. De stellingen over het UWV werden niet aannemelijk gemaakt, mede doordat stukken ontbraken en appellant naliet het UWV tijdig te informeren over werkhervatting. De schuld aan het CJIB werd niet als te goeder trouw ontstaan beschouwd vanwege onverzekerde verkeersdeelname terwijl hij over voldoende middelen beschikte.
Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij greep had gekregen op de omstandigheden die tot de schulden leidden. Gezien deze omstandigheden bevestigde het hof de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw.