ECLI:NL:GHSHE:2016:669
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de GI benoemde tot voogd. De minderjarige staat sinds 2011 onder toezicht en verblijft sinds 2014 in een pleeggezin. De moeder betwist de beëindiging van haar gezag en wenst dit te behouden om de belangen van haar kind te kunnen waarborgen.
Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de moeder, de raad en de GI, terwijl de pleegouders en de vader niet aanwezig waren. Het hof nam kennis van eerdere processtukken en oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen.
Het hof bevestigt dat het perspectief van de minderjarige in het pleeggezin ligt, maar benadrukt dat de moeder als ouder belangrijk blijft, ook zonder gezag. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd, waarmee het gezag van de moeder wordt beëindigd en de GI tot voogd wordt benoemd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en benoemt de GI tot voogd.